Think Public Space
(Dutch version below)
Think Public Space is a podcast platform exploring the relationship between art, architecture, and public space through sound, voice, and situated experiences.
The first series, Think Tank: Experiencing Art in Public Space (Season 1, in English), grew out of a series of in-situ workshops across Belgium, bringing together students, architects, artists, and researchers to collectively reflect on how artistic processes and public space shape one another.
The podcast has since evolved into new formats. With the series Luisteren naar Gebouwen (Listening to Buildings) (Season 2, in Dutch), the focus shifts towards architectural narratives, exploring buildings through sound, memory, and lived experience.
Credits
Season 1: Think Tank: Experiencing Art in Public Space
Concept, production and editing: Angelique Campens
Coaching & sound: Raf Enckels (Herculeslab);
Soundwork & mixing: Melissa Ryke;
Opening and closing theme Glenn Miller "String of pearls";
Visuals: design by Veronika Akopyan and photography by Michiel Devijver; Production: Angelique Campens;
Coproduction: Nomadic School of Arts; With the support of: KASK School of Arts, Europe NextGenerationEU, Nomadic School of Arts.
Season 2: Luisteren naar Gebouwen (Listening to Buildings)
A podcast series by Angelique Campens and Raf Enckels
Production: Beeldend vzw
____
(nl)
Think Public Space is een podcastplatform dat de relatie tussen kunst, architectuur en de openbare ruimte onderzoekt via geluid, stem en ervaringen ter plaatse.
De eerste reeks, Think Tank: Experiencing Art in Public Space (seizoen 1, in het Engels), ontstond uit een reeks workshops op locatie in heel België, waarbij studenten, architecten, kunstenaars en onderzoekers samenkwamen om na te denken over hoe artistieke processen en de openbare ruimte elkaar vormgeven.
De podcast evolueerde sindsdien naar nieuwe formats. Met de reeks Luisteren naar Gebouwen (seizoen 2, in het Nederlands), een podcastreeks van Angelique Campens en Raf Enckels, verschuift de aandacht naar architecturale verhalen, gebouwen verkend via geluid, herinnering en geleefde ervaring.
Think Public Space
Luisteren naar gebouwen: De bibliotheek van Juliaan Lampens
Use Left/Right to seek, Home/End to jump to start or end. Hold shift to jump forward or backward.
(English summary below)
In deze aflevering staat de voormalige bibliotheek van Eke centraal, ontworpen in 1970 door Juliaan Lampens (1926–2019). Het modernistische gebouw is georganiseerd rond een centrale tafel of balie, een plek waar mensen samenkomen om te lezen, te ontmoeten en te verblijven. Met de tafel als vertrekpunt verkennen we Lampens’ visie op architectuur: zijn gebruik van ruw beton, zijn ruimtelijke principes en zijn overtuiging dat architectuur het samenleven kan vormgeven.
Doorheen de aflevering weerklinken citaten en archiefopnames van Lampens zelf, aangevuld met stemmen van mensen die het gebouw hebben gebouwd, gebruikt en beleefd. We horen onder meer zijn aannemer, voormalige bibliotheekmedewerkers, oud-studenten en collega’s van Lampens. Ook de renovatie door Callebaut Architecten komt aan bod.
De muziek voor deze aflevering werd opgenomen in de bibliotheek, vandaag een lege ruimte waarin de sporen van gebruik nog zichtbaar zijn. De compositie, geproduceerd door HUIS en uitgevoerd door Nina Vanhoenacker en Anton Manente Albertijn, vertrekt vanuit het proces van leren lezen. De partituur gebruikt de eerste zeven letters van het alfabet, die overeenkomen met de zeven noten van het westerse muzieksysteem. Concentratie, herhaling en aanpassing klinken hierin door. Anton, een van de performers, is acht jaar oud: een kind dat nog leert lezen en muziek spelen, opgenomen in een ruimte die ooit precies daarvoor diende.
Deze aflevering over Juliaan Lampens werd ontwikkeld als onderdeel van de tentoonstelling Tafel voor Tien: dialogen rond Juliaan Lampens.
Luisteren naar gebouwen is een podcastreeks binnen Think Public Space, gemaakt door onderzoeker Angelique Campens en sound designer Raf Enckels. In deze reeks verkennen we gebouwen, architecten en de verhalen die zich in en rond deze plekken afspelen, gedragen door de stemmen van mensen die er gebruik van maken of maakten.
Credits
Concept, productie en montage: Angelique Campens en Raf Enckels
Stem: Katharina Smets
Muziek: productie HUIS; Uitvoering Nina Vanhoenacker en Anton Manente Albertijn
Ontwikkeld in het kader van de tentoonstelling Tafel voor Tien: dialogen rond Juliaan Lampens, met dank aan Laure Messiaen, een initiatief van lokaal bestuur Nazareth–De Pinte. Met de steun van: Vlaamse overheid, Provincie Oost-Vlaanderen.
___
(English summary) In this episode, we explore the former library of Eke, designed in 1970 by Belgian modernist architect Juliaan Lampens (1926–2019). The building centres around a central table, a place for meeting, reading, and staying, and it's from here that we unpack Lampens' architectural thinking: his use of raw concrete, his spatial principles, and his belief that architecture can shape how people live together.
The episode weaves together quotes and archival audio of Lampens himself with the voices of people connected to the building: contractors, former library staff, students, and residents who have lived in his architecture.
The music was recorded inside the library, now an empty space full of traces of use. The composition, produced by HUIS and performed by Nina Vanhoenacker and Anton Manente Albertijn, takes its cue from the act of learning to read: the first seven letters of the alphabet correspond to the seven notes of the Western musical system.
"Listening to Buildings" is a podcast series by researcher Angelique Campens and sound designer Raf Enckels, exploring architecture through the voices of those who inhabit it.
Van student tot architect (From art student to architect)
Juliaan LampensOmdat ik de zoon was van een schijnwerker en ik van natuur uit hoe kon tekenen, ben ik naar Sint-Lucas gegaan. Niet met de directe bedoeling van architect te worden. Het vierde jaar was het eerste jaar dat wij mochten zelf een ontwerp maken. Keinschalig natuurlijk. Maar met alles daarop en eraan. Door het feit dat ik bij daar goed in voelde, ben ik verder gegaan. Vijf, zes en zeven dan. Ik ben van het regime van zeven jaar. En misschien dat ik de enige was van dat jaar die dan verder gegaan. Omdat ik gemakkelijk en goed kon ontwerpen. Alhoewel mijn allereerste grote liefde als kind schilderen was. Schilderen en voetbal. Ik ben in 1940 begonnen en in 1950 afgestudeerd. Ik was 14 jaar als ik daar binnen stapte. Ik was bijna 24 jaar als ik gediplomeerd was.
Juliaan Lampens, 100 jaar (Juliaan Lampens, 100 Years)
Hoe bouw je dit? (How Was This Built?)
Voice-overJuliaan Lampens, geboren in 1926, overleden in 2019. Juliaan zou vandaag 100 jaar zijn. Ter ere van de 100e verjaardag worden in Eke Nazarth verschillende initiatieven opgezet rond de bibliotheek die hij hier ontwierp. Lampens ontwikkelde grotendeels buiten de schijnwerpers een uitzonderlijk eigenzinnig uiveren. Vandaag luisteren we opnieuw naar zijn stem. Vanuit de bibliotheek die hij in de jaren 70 ontwierp in Eke. Op dit moment wordt het gebouw gerenoveerd, herbestemd en staat het leeg. Wat wel nog is gebleven, is de tafel, of de balie die centraal staat in de bibliotheek. In veel van Lampens architectuur vormt de tafel het hart van de woning. Nu brengen we opnieuw verschillende stemmen rond deze tafel. We spreken met de mensen die hier gewerkt hebben. We spreken over de bouw en de renovatie, over de kleine en grote verhalen die zich hier hebben afgespeeld. Dit is een podcast gemaakt door onderzoeker Angelique Campens en sounddesigner Raf Engels, ingelezen door Katharina Smets als deel van de Expo Tafel voor 10, dialogen rond Juliaan Lampens. We zijn het jaar 1970. De mens heeft net de eerste voet op de maan gezet en Eddy Merckx behaalde al een veelbelovende derde plaats in de Ronde van Vlaanderen. De wereld was in vooruitgang. Allerlei nieuwe ideeën doen hun intreden. Maar in Eke is daar voorlopig weinig van te merken. Toch slaagt Juliaan Lampens net hier enkele van zijn meest vooruitstrevende ideeën tot werkelijkheid te brengen. Het eerste wat opvalt, is een gebouw in beton. Een materiaal dat alomtegenwoordig was in de modernistische architectuur, omdat het sculpturaliteit mogelijk maakte. Maar hoe wordt dit gebouwd?
Dennis van SpeybroeckBeton is altijd speciaal vergeten als je een muur metst ziet je ziet op voorhand er is iets mislukt maar bij beton zie je, maar dat ontkist.
Voice-overDennis van Speybroeck. Niemand beter om uit te nodigen aan onze tafel. De aannemer die meegeholpen heeft om met zijn vader de betonnen constructie te zetten.
Dennis van SpeybroeckHij stelt vragen.
Voice-overJa, ga ik vragen stellen.
AngeliqueJa, mag jij oo vertellen.
Voice-overLampens werkte het liefst samen met mensen van wie hij wist dat ze zijn ontwerpen precies zouden uitvoeren.
Dennis van SpeybroeckBleef meestal bij dezelfe aannemers. Dat je wist dat ze het kunnen en ze het willen doen. Als je bij een beton moest je een latje of een uitsparing voor je glas laten of iets, dat je al een beetje wist. Daarmee werkte hij graag met mensen dat hij al een beetje zijn details kenden, dat was voor hem ook gemakkelijker, dat hij niet alle dagen op de werk moest gaan. Want als ze zeiden er zijn problemen gekomen, dat was ook niet zijn ding he van Juliaan. Tekenen thuis en ontwerpen, maar veel werfbezoeken moest hem niet vragen. Hij had liever dat je het s'avonds een keer bij hem ging, en een keer zei dat en dat en zelf besprak. Ik ging al eerder een keer s'avonds bij hem voor de vragen, of dat hem op de werf moest krijgen. Onder andere het laatste werk dat ik voor Juliaan was van Veglhe. Meneer Velghe kende ook een aannemer, maar dat was een vriend van hem. En Juliaan zei ook oh ne nee zegt hij zou dat niet doen. Want dat was een bous af is dat ga je gewoon in ruzie vallen. Hij had er niet voor. Hij kende hem niet ga niet zeggen dat het een slechte aannemer was, maar die was gewoon. En dat was het laatste werk dat ik gedaan heb van Juliaan, Velghe.
Voice-overDus werfbezoeken waren minder zijn ding. Liever na de uren alles goed doorspreken. En als hij dan toch op de werf kwam, had hij zo zijn eigen manier om er te geraken.
Dennis van SpeybroeckAls Julien op werfbezoek kwam, reed hij in met een fiets mee, een koersstuur omgekeerd. Hij zat er zo bovenop. Dat koersstuur verkeerd. Hij reed met zijn koersvelo en zo kwam hij op werfbezoek.
Voice-overMisschien is het goed om even stil te staan hoe het komt dat lampens gebouwen zo'n herkenbare afdruk van hout in het beton dragen. Hij werkt graag zo ruw mogelijk. Het beton wordt gegoten tussen houten planken. Dat is de bekisting. Voor die bekisting kiest hij denne hout. Ruw hout met nerven en onregelmatigheden. Wat je ziet, is de afdruk van het hout. En eens dat beton hard is, valt er niets meer te corrigeren. Dit is wat men beton brut noemt: beton waarin je ziet hoe het gemaakt is.
Dennis van SpeybroeckHoe ruwer de planken, hoe liever dat dit zag. Het moest ne ruwe planken zijn bij Juliaan. En een beetje onregelmatigheden liefst he. Hij had liever dat de grindest bleef bestaan, of dat je hem repareerde. Wat repareren kunnen nooit 100% doen.
Voice-overEen grindnest. Dat is een bouwterm voor een foutje in het beton. Wanneer het niet goed wordt gestort, kunnen er kleine holtes ontstaan. En zie je de steentjes aan de oppervlakte zitten.
Dennis van SpeybroeckWe hadden nog een paar mannen die goed bekisting konden maken, de bekisting nog gemaakt een beetje op primitieve manier. Buiten nu dat er meer mogelijkheden zijn met de bekistingspanelen, dat bestond zo niet. Of toch niet bij de kleine aannemer. Ik ga niet zeggen, op de grote werven in Brussel, dat dat niet bestond. Maar bij de kleine aannemer dat wij waren, bestond dat niet. We hebben allemaal moeten bekistings hout en met klemmen. Aja, je zet een houten muur he. En dan stort je uwen beton ertussen. Dat moest ruw zijn. Het mocht geen glad hout zijn. Zo ruw mogelijk, dat de nerven goed ziet van het hout, dat moest een ruw mogelijk zijn.
Expo 58 en het open plan (Expo 58 And The Open Plan)
Voice-overMaar dat denken kwam niet uit het niets. Zijn visie ontstond jaren voor deze bibliotheek werd gebouwd. Zijn denkwereld werd gevormd door de openheid van Le Corbusier. De precisie van Mies van de Rohe. Het expressieve beton van Oscar Niemeyer. Maar hij werd net zo geïnspireerd door de ruwheid van de bunker langs de Atlantische kust als de eenvoud van Romaanse kerken. In België liet de naoorlogse architectuur weinig ruimte voor vernieuwing. Modernisme bleef een uitzondering. Wonen bleef traditioneel, gesloten, hiërarchisch. Dat verandert pas in de tweede helft van de jaren 50. Expo 58 brengt de wereld naar België. Lampens liet zich voeden door wat hij daar zag. Hij werd vooral geïnspireerd door gebouwen waarin licht en ruimte de ervaring bepalen. Op dat moment lijkt een andere manier van wonen mogelijk. In die verandering vindt ook Juliaan Lampens zijn plaats.
Juliaan LampensDan ben ik mijn praktijk onmiddellijk begonnen, omdat ik onmiddellijk werk had. En de eerste tien jaar, van 50 tot 60, heb ik zo een vernieuwde klassiek gebouwd. Er was toen geen sprake bij het brede publiek eigenlijk naar moderne architectuur. Dat was ondenkbaar. In 1958 is de wereldentoonstelling gekomen, iedere gezond Belg is daar naartoe geweest. En sommigen hebben gezien dat er dus eigenlijk andere mogelijkheden waren. Na de wereldentoonstelling in 1960 heb ik mijn eerste moderne woning gebouwd, dus de mijne zelf. En totaal het roer omgegooid, eigenlijk. Ik heb dat het eerst voor mijzelf beproefd, eigenlijk omdat ik over sommige zaken niet zeker was als je dat bij de cliënten fout maakt dan krijg je op je kop, dan de kans waargenomen omdat toch een nieuwe wind waaide, eigenlijk onder de brede massa. Mijn vader was erover verbolgen, omdat hij zei, ik had een zeer goed clienteel in die klassiek. Hij grooit dat allemaal buiten.
Een bibliotheek als woonkamer (A library that acts like a living room)
Voice-overIn de jaren die volgden ontwikkelde Lampens zijn radicaal open woonconcept, met woningen als het Huis Vandenhaute en het Huis Van Wassehove. En met de kapel van Kerselare, waar hij carte Blanche kreeg. Hij bouwde met beton, hout en glas, maar altijd met het doel om de ruimte te openen, de muren te beperken en het licht te sturen. Om wonen en samenleven mogelijk te maken. Ook deze bibliotheek past binnen dit idee. Ze werd gebouwd in een kleine gemeente, maar met een opvallend vernieuwend, zelfs visionair open karakter. Geen stille bewaarplaats voor boeken, maar een plek waar gelezen wordt, gewerkt en gepraat, waar mensen blijven. Hier kreeg Lampens, dankzij het vertrouwen van Pastoor Schoorens, de vrijheid om deze ideeën te realiseren. Op de uitnodiging van de opening stond de bibliotheek opent zijn deuren voor een receptie op 30 december 1971. En vanaf zondag 2 januari 1972 wordt de bibliotheek voor u opengehouden. Elke zondag van 9 uur tot 11 uur en elke woensdag van 18.30 tot 20.30. We nodigen de bibliothecarissen uit die erbij waren vanaf het eerste uur. Hier aan de tafel van de bibliotheek.
AngeliqueAls jullie rond de tafel komen zitten met de koffie. (...)
Ann (bibliothecaris)Ik ben Anne van de Vijver. Ik ben hier begonnen in 1 september 1989. En ik had toen een collega Annemie Dehussen en Martine de Vrieze. En ja, we hebben dan lang samengewerkt, maar daarna zijn er nog collega's van het nazareth bij gekomen, waaronder Hans Mortelmans, die in 1997 ons team heeft vervoegd en waarmee ook heel blij mee waren. We hebben hier een zeer mooie, leuke tijd beleefd. Wij zijn heel blij dat we hier met heel veel nostalgie kunnen vertellen hoe het was. En dat brengt ons een beetje terug naar de goede oude tijd, zou ik zeggen.
Voice-overWat was de bibliotheek voor zijn eigen gebouw kreeg?
Annemie (bibliothecaris)Ik heb nog in de bibliotheek geweest als ze in de parochiezaal was. Dus die bibliotheek, dus hiernaast de zaal Nova van de gemeente, was vroeger de parochiezaal, dat was een filmzaal, theaterzaal. En boven op de eerste verdiep was hem in een van de lokalen, de lokale boekerij. Van het dorp. En dat was toen Roger Valierde, de schoolmeester, die dat open hield voor de kinderen, hebben allemaal boeken in bruin papier gekaft, zoals je kunt voorstellen, als je dat kunt inbeelden. En ik ben daar als kind nog geweest, de zondag na de kerk, gingen we naar de boekerij, boeken gaan halen om te lezen. En dan is dat hier gezet als bibliotheek en van boven als jeugdhuis. Een toffe plek. Er waren veel leuke boeken. En dat was allemaal mooi gepresenteerd. Er stonden hier zo driehoekjes. Ook in dat hout. Waar je kon zitten, er stonden bakken met kinderboeken. Dat was leuk. Veel opener dan boven daar in dat muf lokaaltje. Leuk was wel zo dat glas, dat je er zo kon doorkijken, als gepasseerde en zo. Die openheid vond ik leuk.
Hans (bibliothecaris)Helemaal uitgedacht als een bibliotheek dat is iets wonderlijk; Met die fichebakken van bovenop en zo. Juliaan heeft echt gedacht aan een bibliotheekconcept, wat vandaag architecten nog altijd niet doen, eigenlijk. Van wat is een bibliotheek? Wat heeft dat nodig? Hoe werkt dat?
Voice-overVoor Lampens was een bibliotheek toch meer dan gewoon boeken uitlenen. In die bibliotheek.
Annemie (bibliothecaris)Door het feit dat die bakken op wieltjes, konden die gemakkelijk aan de kant schuiven. En ik was in de jeubeweging, een KLJ, en we hadden niet veel lokalen. En de zondag kwamen we hier spelen. Dat mocht in de bibliotheek toch? Ja, we zetten die boeken aan de kant. Dat was hier tapijt, maar zo van dat ruw vlastapijt;
Hans (bibliothecaris)Sisal
Annemie (bibliothecaris)En dat mocht, ja. En de dames van de KVLV hadden hier elke week yoga. En dat was een beetje multifunctioneel gebruiken.
Ann (bibliothecaris)Eigenlijk is dat de voorloper van de bibliotheek van vandaag, dat mensen nu binnen kunnen. Wanneer ze kunnen de op en biep, wat mensen kunnen verenigingen binnen kunnen, waar iedereen iets kan doen buiten de opening, buiten de bemande openinsuren. Eigenlijk was dit al een voorloper, een pionier, of een lezing. Dat gebeurde hier ook?
Annemie (bibliothecaris)Ja, de pastoor rorganiseerde. Sprekers, dat waren dan meestal een religieuze thema's.
Ann (bibliothecaris)Er zaten ook veel religieuze boeken. Wij gingen de pastoor ging mee met ons naar de boekhandel in Bever. Wij mochten dan boeken uitkiezen, en dan kwamen we ook eens kijken, van voldoende boeken inzaten met een religieuze achtergrond. Sommige boeken werden dan ook terug aan de kant gezet, maar ze eigenlijk niet aan de orde waren.
Hans (bibliothecaris)In 1998 heb ik hier met An al die religieuze boeken, gewied, ik weet toch, heel veel heiligenlevens. Heilige levens.
Ann (bibliothecaris)Ontmoetingsplek. En ook de warmte van de mensen die wij voelden in. Mensen kenden niet iedereen. Mensen spraken hier elkaar aan. Er was hier altijd altijd iemand. Het was een gezellige sfeer eigenlijk. Wij kenden ook iedereen. Ik kende van iedereen de naam en het telefoonnummer. Dat weet ik nog heel goed. Mensen vroegen ons ook veel. Heb je een keer in een boek, heb je iets gelezen.
Hans (bibliothecaris)Als filiaal van Nazareth was hier ook wel een babbelbiep. Mensen kwamen gewoon naar hier voor een babbeltje te doen.
Martine (bibliothecaris)Als we nieuw romans kochten, wisten we op voorhand die mevrouw: zal dat willen lezen, die zal dat willen lezen. En dan zeiden ze als ze kwamen, maar ik heb hier iets liggen voor u. Ik heb allemaal voorhand een briefjes te steken voor de klant.
Voice-overDat was ook zo. Dat was ook goed, maar het moest allemaal wel precies zo blijven, zoals hij het bedacht had.
Annemie (bibliothecaris)Ook als hij dit ontworpen heeft, het zat perfect in elkaar, het plaatje. Het was gericht op. Zo is het en zo blijft het. Zo beetje dat. Inderdaad, dat weten we wel, dat hij dat zonde vond. Dat was helemaal open, behalve die bakken, die rolbakken en die tafeltjes, waar dat zo op kon zitten. En als ze dan begon hier rekken in te zetten, dan vond hij dat zonde, want zijn concept was weg. Hetgeen hij niet in zijn hoofd had, hij had het ontworpen, en het was perfect, want er waren veel minder planken. Dat waren belangen niet. Zo veel planken, je kunt dat nog zien aan het hout. Welke er allemaal bijgekomen zijn. Die bijvoorbeeld, dat was belangen niet veel kleiner. Dat was veel minder planken. Maar goed, zo'n explosie in boekenaanbod. Dat had de gaatjes raken vlug opgevuld. Dus we zei, ja, we moeten wel boeken rekken bijkopen.
Privacy, respect en het leven in één ruimte (Privacy, respect and one room living)
Voice-overDus dat zat niet in zijn concept. Wat de bibliothecarissen beschrijven, die onvermijdelijke ontmoeting tussen mensen, was precies de visie van Lampens. Zijn concept van de bibliotheek komt eigenlijk van de éénkamerwoning, een plek zonder muren, ontworpen om de manier waarop we samenleven fundamenteel te veranderen.
Juliaan LampensHet is een éénkamerwoning eigenlijk. Dus je kunt je eigen tekorten, of weet ik veel, niet verdoezelen. Wat doe je met privacy? En met privacy wordt bedoeld, men spreekt dat niet zo rap uit, nu wel, maar vroeger niet, het woord seks, wat vader en moeder uitsteelkt, moet je door het sleutelgat ook naar het beetje potsierlijk gezegd. Voor mij is er maar één zaak die telt: dat is respect. De jeugd die opgroeit binnen uw gezin, als vader en moeder moet respect hebben voor zijn pubere zoon en pubere dochter. Respect moet hij tolereren. En moet op tijd uit de weg gaan. En niet zoals vroeger pas op he manneke, dat allemaal niet. Vandaaruit als er voldoende respect en eerbied is voor mekaar, kan alles normaal verlopen. Een ander voorbeeld geven als jij in een sociale woning woont met een zo'n dunne muurtjes. Je hebt een kamerkje met een muurtje van 7 centimeter. En je broer of je zus zit ernaast, maar djoen, joen, joen, joen, joen, en jij moet blokken. En als zij geen respect heeft voor u. En is dat is ook niet opgelost. Je lost dat niet op met muren menslijke problemen los je niet op. (...) Ik wil er niet meer beduiden dat je geen privacy mocht ontwikkelen in dit (...). Maar je zult zien bij. Het is natuurlijk moeilijk dat concept doordrijven in een kleine woning, in een grotere is dat iets gemakkelijker.
Voice-overHet was een manier van wonen die heel duidelijk ook binnen het gezin de manier van samenleven als gemeenschap centraal stelde. Het was leven met een extreme openheid in de woning. Zijn woonconcept vertrekt vanuit een open platte grond zonder dragende binnenmuren. Eén doorlopende ruimte waarin koken, leven, slapen en samen zijn samenvallen. Slechts een minimum aan vaste elementen structureert het interieur. In een tijd waarin vaste rollen en gewoontes binnen het gezin in vraag werden gesteld, bouwde hij zonder binnenmuren. Diezelfde logica past Lampens ook toe in de bibliotheek van Eke. Het open plan wordt hier vertaald naar een publieke context, waarin de bibliotheek functioneert als een dorpskamer. Door de compacte open structuur voelt iedereen zich er thuis. De architectuur liet uiteenlopende vormen van gebruik toe. Overdag als leeszaal, s'avonds als ontmoetingsplek voor vergaderingen, jeugdwerking of gymnastiek. Die flexibiliteit is een rechtstreeks gevolg van het ontwerp. Eén doorlopende ruimte zonder compartimenten, leesbaar in zones en geschikt voor gedeeld gebruik, zonder dat er iets hoefde te worden uitgelegd. Hoe is het nu om in een lampens huis te wonen? Enkele hedendaagse bewoners delen enthousiast hun ervaring. Rond de tafel in de bibliotheek van Lampens verzamelen Hanne Vandenhaute, Klaas van de Sompel, Bram Solomé en Nele Coene.
Wonen in een huis van Lampens vandaag (Living in a Lampens house today)
Hanne (bewoner)Ik woon in de woning Vandenhaute Dhont. Dat is een beetje verder dan de woning Vandenhaute Kiebooms. Ik weet niet of jullie die kennen. Dat is een van de meest bekende radicale open woningen. Oudejaars avond was in mijn papa's tijd altijd standaard bij hen thuis. En dat was een grote familie, dus er werden dan tafels bij gehaald. De blokken die hier denk ik in de biep ook nog gestaan hebben, die altijd open waren, waar strip in zaten, wat kan mis zijn, die hebben wij thuis ook. Je kunt daar ook een beetje op zitten. Het werd wel allemaal gebruikt op een manier, dat je ziet hoe intens dat dat ook beleefd kan worden en gebruikt. En kindjes die er door fietsten door alles. En Hanne van denhaute is zelf afgestudeerd als ingenieur architect. Dus voor mijn masterproef was het eigenlijk oorspronkelijk mijn idee om enkel over de woning van Vandenhaute Kiebooms meer in te zoomen. Hoe is dat tot stand gekomen? En gewoon alles wat er te vinden was, proberen vast te krijgen. Maar dan toch opengetrokken. Dat was super boeiend. Ja, dat was echt super boeiend. Ook ontdekt dat er niet één ontwerp was van een woning, maar soms drie, of soms op een andere plek. Maar van een van de plannen, het tweede plan als ik het goed voor heb, effectief ook al goedgekeurd was voor de gemeente voor te bouwen. En echt al, het was niet zomaar effe een schetsje of zo. Het was echt wel, van je mocht het bouwen en het is al goedgekeurd en je mag het uitvoeren. En dan alsnog is er een derde plan gemaakt en uitgevoerd. En nu dat ik dan zelf architect ben, dan snapte alles nog dieper. Mijn papa heeft de woning overgekocht van mijn pepe. En dan is mijn mama erbij komen wonen uiteraard. Maar zij kwam uit een hele andere woningsstijl. Dus dan hebben de slaapkamer deuren gekregen, bijvoorbeeld. En dan heeft de badkamer nog twee glasdallen bovenop gekregen, waardoor dat ook dicht was. Er was nog licht, maar het was wel dicht. Tot de dag van vandaag vind ik dat ergens super jammer omdat ik nu zo het gevoel heb dat ik zo'n stukje ervaring gemist heb of zo, van in echt een open woning, groot te worden. De wandjes tussen de slaapkamers zijn dan ook tot boven getrokken geweest. Maar het blijft nog altijd een superdun wandje. Als mijn broer of zo aan het gamen is, of zo, je kan alles horen tot alles al. Ondanks denk ik toch dat ik het al een beetje kan voelen, wat het geweest zou zijn, maar ja, je kunt niet meer terugspoelen. Dat heeft ook veel te maken met psychologie ergens. Hoe je naar wonen kijkt en hoe je je verhoudt tot je naasten waarmee je in die woning leeft, en met respect en ook met appreciatie van de ruimtelijkheid die je in de plaats krijgt voor wat privacy soms op te geven. Ik weet geen andere architect niet dat zo inspraak hebben over hoe mensen daarin zullen leven. Je zult veel meer uw zintuigen altijd geprikkeld hebben. En alles veel meer ruiken wat er in de keuken wordt gemaakt of veel meer horen wat als de kinderen aan het spelen zijn, je moet dat echt wel niet zomaar ja op zeggen, denk ik. Zeker de eerste dan die daar (nonkel Gerard) dan ja op gezegd hebben, maar ik denk soms van, beseften jullie wat jullie eigenlijk alleen gingen krijgen of wat dat ging inhouden. En die wonen daar nog altijd super graag.
Voice-overAls architect werk je altijd in opdracht. Bij die opdrachten om de brode moest hij zich soms tevreden stellen met maar enkele van zijn herkenbare details.
Nele (bewoner)Maar ja, hij zou waarschijnlijk ook thuis zijn geld moeten verdienen. En ik kan eigenlijk wel heel zien. Het is een hele reeks aan woningen per twee. Ik denk dat er een stuk of twee, drie blokken door hem ontworpen zijn. Er zit een zeker ritme in. Er is wel een gevoel voor esthetiek en voor vormgeving. Je voelt ergens wel dat het logisch zit. De woningen zijn ook niet allemaal tegelijk gezet. Dus ze zijn duidelijk allemaal één voor één, in één ontwerp gemaakt en dan één voor één verkocht. Dat is echt een nieuwe verkaveling en dat stukje van Deinze.
Klaas (bewoner)Achter de woning hier, dat is in Scheldevelde. Er staat er ook een ganse wijk met heel veel huizen van hen blijkbaar. En ja, dat zijn eigenlijk allemaal gewoon dezelfde periode, allemaal witgeschilderde huisjes, dikwijls gekoppeld ook aan elkaar. Maar je ziet dat toch, hier en daar zo een glasdallekje. De ramen die uitspringen. Gewoon die verhoudingen, zie je van ja, hier is toch wel, als is het gewoon heel klassiek, er is toch wel over nagedacht over die verhoudingen. Dus er zit wel altijd iets in; dat het toch wel anders maakt. Eigenlijk haalt het er ook wel zo uit.
Hanne (bewoner)Ja, als je rondrijdt, ik weet er nog een stuk of drie staan. Ik baseer mij op niets. Ik baseer mij gewoon op mijzelf, maar ik denk van sowieso lampens. Alles is inderdaad verhoudingen, puur simpel verhoudingen en proporties. Maar dat is zoiets stoms, maar dat maakt dat iets zoveel krachtiger is, of zoveel tijdlozer, of ik twijfel dat niet aan dat je die woningen voor de brode ook zult zult zien. Want dat zit in hem, je kunt dat niet niet doen, denk ik, als je aan het tekenen bent.
Voice-overOok nu nog vinden nieuwe bewoners een eigen invulling in de gebouwen van lampens, zoals de kinesist Bram Solomé.
Bram (bewoner)Wij hebben een lampens huis gekocht. Ik heb mijn paramedische groepspraktijk daarin ondergebracht. Het is niet zo radicaal als de woningen waar jij over spreekt, waar ook het interieur door lampens ontworpen is, dat was niet zo. De leefkeuken, wat toen al heel modern was in die tijd, voor zo'n grote leefkeuken te hebben, is onze oefenruimte. Ik vind dat ik heel veel geluk gehad heb om dat te kunnen doen, omdat het gebouw zich zeer goed leent tot wat wij doen. Alle ruimtes zijn groot, lichtrijk, functioneel.
Voice-overTussen het einde van de jaren 50 en 2002 ontwierp hij een reeks uitzonderlijke woningen. Maar ook hier moest hij steeds op het vertrouwen rekenen van zijn opdrachtgever.
Juliaan LampensEen opdrachtgever, ja, maar ze zijn gewoonlijk met twee. Ze zijn gewoonlijk met twee, en als ze allebei in dezelfde richting denken, is het gemakkelijk. Maar je moet ze toch overtuigen met tekeningen uiteraard, maar ook met de oriëntatiegesprekken. Je moet toch wel voelen, want ik heb al gezegd. Ik zeg altij d dat ik niet aan een eisen voldoe. Maar wel aan een wens.
Een modernistisch betongebouw renoveren zonder het te verknoeien (Renovating modernist concrete without ruining it)
Voice-overEen wens dat ligt altijd dicht bij jezelf niets dat dichter ligt bij jezelf of een wens. Juliaan Lampens zei ooit over een eventuele herbestemming van de bibliotheek: ik zou er mijn archief in onderbrengen, omdat het er ideaal voor geschikt is. Beneden kun je tentoonstellingen maken. Boven kun je er een werkplaats van maken om maquettes te bouwen, bijvoorbeeld. Je kunt boven werken zonder beneden te storen. Wat Lampens hier zegt, vraagt geen hertekening van de plannen, maar een goede observatie van wat er al is. Hoe gaan we dit gebouw nu decennia later bewaren, onderhouden en restaureren? Wouter Callebout leidt de renovatie van de bibliotheek. Op dit moment is het gebouw helemaal leeg, zonder boeken en meubels. Enkel de balie staat er nog. En aan deze tafel legt hij aan de studenten van het Kask uit wat dat nu precies inhoudt.
Wouter CallebautModernistische architectuur is eigenlijk totaal anders. Om te restaureren dan inderdaad historisch erfgoed. Omdat bij die architecten heb je eigenlijk ook de concepten zijn er nog, de tekeningen, de bewoners zijn er nog. En die modernisten werkten eigenlijk met een concept. Vroeger werkt ze met een draagkracht over verschillende generaties heen. En bijvoorbeeld Lampens of Dupuis of van der Meeren bouwden eigenlijk ook vaak zo goedkoop mogelijk of heel eerlijk, alleszins. Ze werkten met weinig materialen. Ze werkten eigenlijk door die grote eerlijkheid, ook voor een beperkte tijd. Doordat die architectuur zich nu zo toont en zo vernieuwend is, en uiteindelijk beschermingswaardig is voor ons als bevolking of als groep, willen we dat bewaren. Alleen is die architectuur niet altijd gemaakt om bewaard te worden. Dat is hier ook het geval, dat is een bibliotheek heel eenvoudig gebouwd voor een kleine gemeente. Wat we willen doen, is we willen dat futureproof maken, de beton weer voor 100 jaar goed zetten. Eigenlijk de technieken ook maken dat dat terug een ruimte is die aan het hedendaags comfort kan tippen. Zonder het verlies van de erfgoedwaarde, zonder dat ook allemaal zichtbaar te maken, allemaal radiatoren te plaatsen. Dus we zoeken eigenlijk plaatsen waar we mogelijkheden hebben in zijn ontwerp om te gaan isoleren, te verwarmen. Bijvoorbeeld het plafond hier. Hout is iets belangrijks, er zit beton boven, daar is een ruimte voor, die kunnen we gebruiken voor technieken. De vloer kunnen we isoleren, we kunnen de wanden niet isoleren, want dat is gewoon zichtbaksteen. De ramen ook, heeft hij ook redelijk dik voorzien, dus daar kunnen we ook de dubbele beglazingen voor zien. Dus we gaan eigenlijk alles zo onzichtbaar mogelijk maken om die architectuur, die ruwheid, die eerlijkheid te behouden. Bijvoorbeeld de buizen, dat zijn verwarmingsbuizen die erin geboord zijn om die planken erin te maken. Heel eenvoudig, low budget, fantastisch eigenlijk. Om dat nu te restaureren, want ze zijn allemaal doorgeslepen, moeten we eigenlijk al kunst en vliegwerk doen om dat eigenlijk nog te gaan behouden. Want het zijn de originele planken die we terug moeten doen in de geest. Maar dat maakt het ongelooflijk duur om die bestaande planken en die bestaande buizen te gaan restaureren. Dus meer een technische restauratie, omdat de architectuur er eigenlijk alles is. De ruimtelijkheid is er, die willen we eigenlijk gewoon bewaren.
Voice-overVan aan de tafel kan je de hele bibliotheek zien. Alles is open. En door het grote raam kan je de patio zien. Het is niet alleen de binnenkant, maar ook de buitenkant die aangepakt moet worden.
Wouter CallebautJe ziet de achterkant is eigenlijk laag. Vanaf hieruit had je wel een prachtig zicht naar achteren. Spijtig genoeg is dat geblokkeerd vandaag de dag. Dus de groen in de diepte, dat was voor hem ook iets belangrijk. De diepte is dus weg. Dus we moeten nog een beetje diepte proberen zoeken op een of andere manier. En vandaar dat we dachten, misschien moeten we dat gewoon wegbossen, het probleem, met een boom of iets anders. Want op zich heeft hij ook tuin, heeft hij ook tekeningen gemaakt hoe het eigenlijk beneden moest zijn. Dus op zich zouden we daar wel kunnen terug naartoe gaan. En daar misschien één of een goed gekozen boom maken, dat daar toch weer de natuur had, dat patio verhaal. Dus we willen dat eigenlijk op een of andere manier terug weer een beetje dat patio verhaal brengen, dat dat weer een geslotenheid is. En dus dat bankje, we zijn een beetje aan het kijken samen met het gemeentebestuur, hoe ver gaan we gaan. Ik denk wel, voor hem was dat wel iets belangrijk, dat doorzicht, die diagonalen en zo. Dus er moet daar ook iets te zien zijn, denk ik. Zo nu, een grijze vlakte is nooit zijn bedoeling geweest. Aangezien dat het groen verder was, en er nu niet meer is, moet het misschien groen naar bij ons hebben.
Voice-overDe keuze van materiaal maakt deel uit van zijn identiteit als architect.
Wouter CallebautHij maakt een werk met de zaken die hij vindt op zijn werven, met liggers, met hout. Hij ga niet heel high-tech zaken vinden. Hij zoekt eigenlijk pure gevonden elementen, bij wijze van spreken, die samenwerkt en dat maakt. Door dat gewoon alleen in de ruimte te maken, wordt dat eigenlijk kunst. Of beginnen we ook de schoonheid te zien van een stalen ligger. Dat wil mensen eigenlijk nooit zien, want we steken het altijd weg. Hij toont echt die schoonheid van het ligger, de puurheid van wat nog nodig is. Dus die fijnheid vind ik wel fantastisch, hoe dat hij eigenlijk zo hier brengt. Een van de enige elementen die in de ruimte staan, is de tafel, samen met het toilet. Maar de tafel is eigenlijk iets van die hele lichtheid toont. Maar het zijn ook gevonden elementen bijna. De ligger, die eigenlijk op zich een van de meest zware elementen zijn in een bouw, gaat hij hier een kleine elementen inbrengen. En geeft een soort van schoonheid, een soort van puurheid in die gevondenheid van de materialen waarin hij werkt. Alhoewel dat eigenlijk een heel zware constructie is, lijkt dat heel verfijnd, lijkt dat bijna te zweven. En wordt eigenlijk een kunstwerk op zich, dat is wel zijn kracht, denk ik.
AngeliqueEr was ook iets wat hij zei, dat je eigenlijk aan de tafel zit met je gezin. En dat je eigenlijk kon het landschap ervaren. En je maakte zijn tafels ook iets lager.
Wouter CallebautHier is het ook lager. En zijn schakelaars ook. Schakelaars waren ook altijd lager bij hem, omdat dat visueel niet zou verstoren.
Voice-overLangzamerhand ontstaat er een gesprek tussen Wouter Callebout en de studenten van het Kask.
Wouter CallebautDie lampen die erin zitten, zijn niet Lampens zijn lampen. Het is heel intuïtief, dus hij wou daar eigenlijk een soort van sterrenhemel is misschien een verkeerd woord, maar dat was wel die creativiteit die erin in zat. Dus wat we wel willen doen, is zijn licht, zijn donker en zijn licht, hij wou op een aantal plaatsen licht. Daar willen we wel aan versterken. En dan zie je dat licht ook, dus dat is redelijk contemplatief. Dus je ziet eigenlijk de cirkel van het licht dat van boven komt, met zo'n hele kleine sterretjes bijna. Dus heel contemplatief eigenlijk.
StudentDat is ook in Villa Van Wassenhove, dat is ook zo.
Wouter CallebautLicht heeft hij heel graag, dan zijn zicht en ook regen; afwatering. Dus bij Villa van Wassenhove zie je ook de afwatering die eigenlijk zo in vijver komt. En via zijn dak loopt dat ook af. Maar hier heb je dat ook van boven ook een mooie spuwer, die eigenlijk ook in zo'n schaal terechtkomt. Dus op zich, dat waren zo zijn drie zaken, eigenlijk met alle natuurlijke elementen: zon, regen, warmte, licht en zicht, daar werkte hij eigenlijk altijd onder. Dus zo'n geslotenheid, openheid. Van boven, van voor de inkom zie je eigenlijk ook een hele mooie compositie.
StudentJa, bepaalde geometrie ofzo.
Wouter CallebautWant op zich heb je twee ingangen. Je hebt de ingang hier en de ingang naar boven. In de gevel maak hij dan ook zijn dynamiek. En hij gaat ook al zijn betonpanelen uittekenen, zodanig dat de aannemer weet perfect hoe dat hij zijn bekisting en zo moet zetten van zijn voorgevel. Soms ging Lampens naar de producent. En ik kan heel goed inbeelden dat hij geweest is van ik wil zo'n stuk daar, zo'n stuk, wat heb je allemaal, en daarmee ga ik het dan doen. Niet per se die grote of zo, maar gewoon van wat heb je daar nog liggen. En hoeveel stukjes kan ik ervan hebben. Dus dat dat op een andere manier soms ook was, dat hij op den duur zoiets maakte, en dat dat soms ook vanuit een soort van gebrek of vanuit schaarste. Ik denk dat Lampen soms ook keek van wat is er eigenlijk allemaal? En dat hij zo eenvoudig, ook zoals Vlaanderen, op dat misschien ook soms een beetje was. We zitten hier niet in Brussel, we zitten in een Eke. Iemand vanuit de streek ook. Ik denk dat dat echt zo iemand is van die zou niet in Brussel kunnen gewoond hebben denk ik, dan had hij andere architectuur gemaakt.
StudentDat wat ik daar net ook een beetje bedoelde, dat hier zo'n publiekelijk gebouw is, maar eigenlijk compleet met de stijl, doorbroken. En dat de mensen misschien inderdaad heel voorzichtig naar dit keken.
Wouter CallebautNatuurlijk, in de Expo 58 stijl, de Expo 58 was voor veel mensen mindblowing. Er waren toen pijlen in beton van 400 meter lang van de burgerlijke bouwkunde. Mensen hadden nog nooit gezien. Het atomium, dat was iets met aluminium, en we hadden het allemaal nog nooit gezien. Dat was allemaal geautomatiseerd. Dat was een hele vernieuwende tijd. En veel mensen konden mee, maar veel mensen waren niet mee. Ik denk dat hij wel de vernieuwing bracht in Eke Nazareth, dat ze nog nooit hadden gezien. Het zijn grote soberheid eigenlijk. Voor een periode in de jaren 60, er was echt overvloed. De gouden jaren 60, als je dan werkte, er was ongelooflijk veel mogelijkheden. En dan gaat er een architect in soberheid gaan werken. Dat was soms moeilijk. Er waren soms heel rijkelijk gedecoreerde huizen, en dat was dan echt een soort van verademing. Maar zijn bouwheren moesten wel opeens nog soberder zijn dan ze gewend waren.
Voice-overRestaureren betekent hier meer dan herstellen. Het betekent zijn manier van denken bewaren. Dat denken werkte door. Niet alleen in zijn gebouwen, maar ook in de mensen die hij ontmoete. En in de mensen aan wie hij lesgaf. We begonnen met zijn studies, bij hoe hij zelf het vak leerde. En we eindigen bij hoe hij dat vak doorgaf. Door een nieuwe generatie architecten leeft zijn werk verder. Juliaan Lampens gaf les aan Sint-Lucas in Gent tussen 1974 en 1991. De architectuurcriticus Marc Dubois was destijds zijn collega.
Marc DuboisJulian Lampens was eigenlijk een zeer innemende man en eigenlijk een zeer goede docent. Hij kon de studenten motiveren en stimuleren om een project te herdenken. En hij was eigenlijk ook als het ware iemand die luisterde, die uiteindelijk als het ware de spitante oneliners ook kon brengen over de architectuur, waarover je kon nadenken. Lampens was ook iemand die zeer honkvast was, weinig reisde, maar hij is ooit meegegaan met de studenten en de docenten in het begin van de jaren 80 naar Italië. Ik denk dat het ongeveer de enige reis was dat hij gemaakt of Lampens richting het zuiden naar een bestemming met architectuur. En dan had hij als het ware ook meegegaan om Vicenza, Verona en ook Venetië te kunnen bezoeken. Het was wel onder de indruk van Palladio. Dat was wel, denk ik, maar Scarpa, dat zei hem toch niet veel hoor. Ik heb altijd gezegd: Scarpa is een Venetiaan, loopt in Venetië rond, hij ziet dit soort pure gecombineerde zaken die uit de heel de wereld komen. Als je dan iemand hebt die uit Vlaanderen komt, dat is natuurlijk. Dat is een hele andere inbedding of in een hele andere wijze waarop iemand gegroeid is met architectuur als het ware.
Voice-overEen van zijn oud studenten is Marianne Eekhout. Zij kreeg les van Lampens, liep stage bij hem en werkte later opnieuw met hem samen. Lampens gaf meestal praktijkles, maar door toeval gaf hij één jaar kleurstudie. Net in het jaar dat Marianne begon. Lampens gaf ons kleur in het eerste jaar.
Marianne EeckhoutEn toen was hij assistent in het vierde jaar, en stuurde hij de studenten van het vierde jaar bij ons, om ons een beetje onder richting te geven, omdat een wisselwerking zou geweest zijn, tussen het eerste jaar en het vierde jaar. En zo ben ik in contact gekomen met onder andere Johan De Volder, Danny Herteleer, die ook stage gedaan bij hem. Maar die zaten dan nog maar in het vierde jaar. En zo ben ik een beetje in de kliek gekomen als heel jong student. En zo heb ik in het derde jaar een case study gemaakt met Juliaan en in het vijfde jaar mijn theis en dan stage. En Ferdinand Schlieg zei je moet er zelf naar toegaan je moet zelf uit uw schelp treden en ernaar toegaan dan ga je daar veel aan hebben maar anders ga je hem voorbij gelopen zijn? Voor de rest gaf hij geen theoretische vakken het was altijd praktijk uw ontwerp gaan voorleggen en dan gaf hij u goed de richting aan omdat je het verder kon uitwerken. Was hij kritisch? Ja eigenlijk wel maar hij blafte je wel niet af gelijk sommige docenten som mige docenten die deden je bij wijze van spreken wenen dat zou hij nooit gedaan hebben. Hij zou wel gezegd hebben het is niet goed je kunt niet voordoen zo u een tipje gegeven hebben. Kijk zo kun je beter vertrekken. Dat kon hij wel goed. Hij zei het ook altijd "je moet iemand vleugels geven en ook maken dat ze terug kunnen landen."
Voice-overVoor veel mensen heeft de architectuur van Lampens iets betekend in hun leven. De ene heeft er gewerkt. Iemand anders passeert er dagelijks met de fiets. En een ander heeft meegeholpen met de bouw of onderzoekt de genialiteit van zijn ontwerpen. Sommigen komen van ver uit pure bewondering.
Dennis van SpeybroeckIk kwam bij mij, s'middags en dat mijn vrouw en Juliaan blijf je eten. A ja voor wat niet zei hij. Frieten met stoverij en Juliaan heeft een beetje mee gegeten, ja. Hij kende geen uur, hè. (...)
Muziek, herinnering en slotreflectie (Music, memory and closing reflection)
Voice-overDe bibliotheek van Eke is vandaag geen bibliotheek meer. Maar het gebouw is zijn betekenis niet verloren. Wat hier werd gebouwd, was altijd bedoeld als een open plek voor het dorp: een ruimte waar mensen samenkomen. Door het gebouw opnieuw publiek te maken, wordt die gedachte voortgezet. De muziek die we hoorden werd opgenomen en geproduceerd door huis en gespeeld door Nina Vanhoenacker en Anton Manente Albertijn in de voormalige bibliotheek van Eke. De bibliotheek is vandaag een lege ruimte waarin sporen van gebruik zichtbaar blijven. De bevestigingen van ontmantelde boekenrekken, de stille echo van kinderen die lazen, ontleenden en boeken terugbrachten. De compositie is gebaseerd op lezen en leren lezen. Anton, een van de performers, is acht jaar en hij leert nog lezen. Hij leert nog muziek spelen. Deze muziek is opgenomen in een ruimte die ooit precies daarvoor bestond. En zo is de ruimte een resonant lichaam van herinnering en aanwezigheid. De muziekproducent Christophe Albertiin verwoord het zo: de Bibliotheek van Eke heeft helaas zijn functie verloren, maar de ruis van de activiteit kan opnieuw worden uitgevoerd als muziek.